Abraham Diepraem, een 17e-eeuws meester

Een van de bekendste Diepraams is ongetwijfeld de 17e-eeuwse meester Abraham Diepraem. Hij was geen beroemdheid, geen grootheid in de kunst van de Gouden Eeuw. Er is ook niet veel werk van hem bekend, al zijn er enkele belangrijke musea in Nederland en in het buitenland die mooie stukken van hem hebben.

Verwarring over zijn afkomst

Abraham Diepraem werd geboren in 1622 en stierf in 1670 of 1678. Over de plaats van zijn geboorte zijn verschillende gegevens en ook zijn er bronnen die hem Arent Diepraem noemen, overigens als naam bij dezelfde werken. Alleen de onzekerheid op dit punt wijst al op de bescheiden rol die Diepraam had in de schilderkunst van zijn tijd. We vermelden die spaarzame, tevens verschillende gegevens hierna.

Volgens het in in 1799 verschenen Biographisch Woordenboek der Nederlanden van Jacques Alexandre de Chalmont (1734-1801) werd Abraham Diepraem, konstschilder, geboren te Oudenaarden. Als hiermee is bedoeld de plaats in Oost-Vlaanderen ten zuiden van Gent aan de Schelde, dan zou Diepraem een Belgische schilder zijn geweest. Dat valt te betwijfelen. De eerste Diepraam in Nederland, Hendrick Simonsz Diepraem van Santen, gehuwd met Ingetje Pieters, kwam vanuit Xanten naar Rotterdam.

In de Diepraam-geslachtslijst staat Arent Diepraem vermeld als geboren in Rotterdam op 23 januari 1622. Het zou wel heel toevallig zijn dat er in 1622 twee Diepraams zouden zijn geboren die allebei kunstschilder zijn geweest. Abraham Diepraem heeft volgens De Chalmont ook in Dordrecht gewoond, "in 1674 waar zijn stukjes ongemeen gewild waren en niet zodra in gereedheid, of voor een goeden prijs verkocht".

Beïnvloed door Adriaan Brouwer

De Chalmont vermeldt ook nog het volgende. Diepraem zou als "eerste leermeester in de konst hebben gehadt, de vader van den konstigen Paardenschilder Dirk Stoop, die een vermaard Glasschilder was. Vervolgens geraakte hij te Rotterdam bij Hendrik Zorg, en ten laatste na dat hij een reis door Frankrijk gedaan hadt, bij Adriaan Brouwer wiens wijze van schilderen en ordineren hij nagevolgt heeft, zo dat zijn penseelwerk veel zweemt naar dat van Brouwer...".

Stoop zorgde ervoor dat de jonge Abraham een plaatsje kreeg in het atelier van de genreschilder Hendrick Martensz Sorgh (geboren in Rotterdam rond 1611 en daar ook begraven op 28 juni 1670). Sorgh was een Nederlands kunstschilder in de traditie van de Hollandse School. In 1648 werd Diepraem opgenomen in het Dordtse schildersgilde. Hij werkte ook een paar jaar in Dordrecht.

Van Brouwer is bekend dat hij in het Vlaamse Oudenaarde is geboren. De Chalmont meldt zelf dat Brouwer in Rotterdam is geweest. Het lijkt mij daarom niet onwaarschijnlijk dat De Chalmont bovenstaande gegevens heeft verwisseld. Bovendien meldt hij trouwens ook dat Diepraam in Rotterdam is gestorven. Ik neem dus aan dat Diepraam in Rotterdam is geboren en op zijn heen- of terugreis naar Frankrijk in Oudenaarde Brouwer heeft ontmoet en een tijdlang bij hem heeft gewerkt.

De Chalmont typeert Diepraem ook nog eens als iemand die op Brouwer leek. "En in zijne wijze van leven was hij dezelven (dus Brouwer - red.) niet alleen gelijk, maar streefde hem zelvs in slordigheid en beestagtige levenswijze te boven."

Verbeelder van het kroegleven

Het is dan ook opvallend dat het weinige ons bekende werk interieurs toont van kroegen en portretten van drankzuchtigen. Abraham Diepraem was een echte kroegenschilder. Hoewel hij volgens De Chalmont in Dordrecht goed verkocht, is hij door zijn bandeloze levensstijl bijna aan de bedelstaf geraakt. "In later tijd liep hij dikwerf met een palet met verf op de hand langs de deuren bij zijne kennissen, om werk te hengelen; en was zo arm en vervallen, dat hem 't hembd door de scheuren van zijn broek hing."

Hij werd daardoor geen beroemd kunstschilder, maar "zeer waarschijnlijk is het, dat indien hij een ordentelijke levenswijs hadt gehouden en naarstig de konst voortgezet, hij een groot Meester in de stijl van Brouwer zoude geworden zijn...", beweert De Chalmont.

Arnold Houbraken verwijst in De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen (III, D. p.244) naar Abraham Diepraem en zegt "stukjes van hem te hebben gezien, die zo fijn zijn geschildert, en zo geestig van gedagten waren, als of ze door Brouwer zelv' geschildert waren." Habraken schreef De Groote Schouburgh in de periode van 1718 tot 1721 als aanvulling op het Schilderboeck van Carel van Mander uit 1604. Helaas voor ons, trotse nazaten, laat Houbraken niet veel heel van Abraham. "Doch zijne konst werdt door zijne gestadige ligtmisterijen en zuipen integendeel hoe langer hoe slegter, zo dat men stukjes van hem ontmoet, daar de verven niet eens in een smelten; en wat meer is, de penseeltoetsen elkanderen niet raken."

Berooid gestorven

Houbraken meldt ten slotte nog dat Abraham Diepraem "kaal en onberooid in het gasthuis te Rotterdam is gestorven". Dat laatste wijst er mogelijk ook op dat hij een Rotterdamse schilder was. Ook Jakob Campo Weyerman (1677-1747), die een tijdlang in Rotterdam verbleef, noemt Diepraam in zijn Levensbeschryvingen der Konstschilders.

Het is al opgemerkt: er is maar weinig werk van Diepraem bekend. Een zeer zeker fraai doek (46 x 51) is De Gelagkamer in het Rijksmuseum, dat het interieur toont van een herberg en dat in 1665 gemaakt zou zijn, dus op 43-jarige leeftijd. Men ziet er twee zingende en drinkende mannen op en bij de haard nog eens twee mannen. Aardig is dat Diepraam op de schouw rechts het stuk heeft gesigneerd, A. Diepraem 1665.

Rokende en drinkende man (21,5 x 17) is een klein paneel waarop een duidelijk beschonken man in een rood wambuis een wijn- of jeneverkruik in zijn arm klemt en een Gouds pijpje tussen de vingers van zijn linkerarm heeft. Naast hem kijkt een onguur type toe.

De Hermitage in St.Petersburg schijnt ook werk van hem te bezitten, maar tijdens een bezoek daar jaren geleden was niet te achterhalen welke dat zijn.

Paneeltje duikt op

En toen verscheen er op 1 december 2010 opeens een werkje van Abraham op televisie. In het bekende kunstprogramma van de Avro, Tussen kunst en kitsch, kwam een Hollands stel naar het Stedelijk Museum (SteM) van het Vlaamse Sint-Niklaas, met een 17e-eeuws schilderijtje van tante in de tas. Expert John Hoogsteder bekeek eerst de achterzijde en zag op het Engelse veilingticket de naam van De Bloot staan. Een stuk van de Antwerpse kroegtaferelenschilder Pieter de Bloot dus?

Toen keerde Hoogsteder het bescheiden paneeltje met de naam 'De zuipers' om; hij keek recht in het gezicht van een van Abrahams bekende zuipschuiten, met zijn "krankzinnige, rare kop". Onmiskenbaar een Diepraem, aldus Hoogsteder, die de waarde ervan taxeerde op 6000-8000 euro. De uitzending is online te bekijken. Het fragment over het schilderij van Abraham Diepraam begint op 12:04.

Ook privé-eigenaren van een Diepraam

Er blijken ook werken van Abraham in privébezit te zijn. Zo kregen we bericht uit Duitsland van een mevrouw Karola-Amort-Winkelmann, die meldt dat zij in bezit in van een Diepraem met de titel 'De pleisterplakker'. Op ons verzoek stuurde ze een foto van het schilderij, dat al sinds mensenheugenis in bezit is van haar familie. Het houten paneel toont een jonge boer die een pleister op zijn hand plakt, zoals het veilingticket op de achterzijde ook vermeldt in het Duits. Met toestemming van mevrouw Amort plaatsen we in de rechterkolom een foto van het werk.

Het is niet duidelijk hoe de familie ooit in het bezit is gekomen van het schilderij. De familie woont in de buurt van Xanten, waar Abrahams vader Hendrick vandaan komt, maar Abraham is geboren in Rotterdam. Mevrouw Amort vermoedt dat haar overgrootvader het ooit heeft geërfd. Die was lid van de familie Sträter, mogelijk dezelfde als van het Amsterdamse modehuis dat later met Claudia Mode fuseerde tot het welbekende Claudia Sträter. Aangezien de familie in Duitsland ooit in stof en garen handelde, is dat niet onwaarschijnlijk.

(johd)

Wapen van Diepraam
'Oem truwe end holt'

Over oorsprong en verspreiding
van de naam Diepraam